Vaak gaat de aandacht in deze nieuwsbrief uit naar aandelen. Echter de rente- of obligatiemarkt is dit jaar zeker niet saai te noemen. Zo bereikte de Duitse 10-jaars staatsobligatie in september een absoluut dieptepunt van -0,71%. Inmiddels is deze hersteld naar een actueel niveau van ongeveer -0,35%.

De rendementen in het obligatiegedeelte van onze portefeuilles hebben iets van de winsten ingeleverd maar er is nog altijd sprake van een behoorlijke plus. Het beeld van de voorgaande jaren heeft zich ook in 2019 weer doorgezet als gevolg van de rentedalingen op de obligatiemarkt.

De vraag is dan ook terecht of de bodem van de rente in zicht is? Uiteindelijk heeft het renteniveau alles te maken met de oeroude wijsheid van vraag en aanbod van kapitaal.

Allereerst bespreken we de aanbodzijde.

Het begrotingsbeleid van de Nederlandse en Duitse overheid is de afgelopen jaren gericht geweest op het reduceren van de overheidsschuld. In 2012 bedroeg de uitstaande overheidsschuld 78% van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Inmiddels is dit eind 2019 teruggebracht naar 59% van het BBP. In concreto betekent dit dat er minder Duitse en Nederlandse staatsobligaties worden aangeboden.

Als we naar de vraagzijde kijken dan zet de trend van vergrijzing door en het ziet er niet naar uit dat deze trend de komende jaren zal wijzigen. Met als gevolg een ouder wordende bevolking die meer spaart, met name voor het pensioen.

Voorts heeft de Europese Centrale Bank (ECB) in het verleden veel (staats-)obligaties opgekocht. September jongstleden is er weer een nieuw opkoopprogramma gestart waarbij maandelijks 20 miljard euro gekocht wordt. Inmiddels staat er voor 2600 miljard euro aan obligaties op de balans van de ECB.

Kortom, er wordt te veel gespaard, waardoor de vraag naar obligaties nog altijd structureel het aanbod overtreft.

Het beleid van de inmiddels vertrokken ECB-president Draghi werd door velen fel bekritiseerd. Er werd sterk getwijfeld, onder andere door de president van De Nederlandsche Bank Klaas Knot, aan de effectiviteit van de obligatie opkoopprogramma’s. Want ondanks alle renteverlagingen en opkoopprogramma’s was er slechts beperkte economische groei en heeft Draghi de inflatiedoelstelling van 2% niet gehaald. Onder zijn voorzitterschap bedroeg de gemiddelde inflatie 1,20%.

Natuurlijk heeft Draghi in tegenstelling tot zijn voorgangers veel meer te maken gehad met zaken als de eerder genoemde vergrijzing, digitalisering en globalisering, welke grote impact hebben gehad op de inflatie. Draghi’s opvolgster Christine Lagarde hintte logischerwijs afgelopen week in haar eerste officiële toespraak naar de politiek. Maar of met name Duitse en Nederlandse regeringsleiders gevoelig zullen zijn voor haar oproep om meer te investeren is maar zeer de vraag.

De algemene verwachting is dat de vraag naar obligaties voorlopig hoger blijft dan het aanbod ervan en dit zou betekenen dat we de komende tijd met lage renteniveaus rekening moeten blijven houden.

Auréus Vermogen heeft vanzelfsprekend in het risicobeperkende gedeelte van uw portefeuille plaats ingeruimd voor obligaties. Uw persoonlijke adviseur legt u graag uit hoe Auréus Vermogen het risicobeperkende gedeelte van uw portefeuille vorm geeft en niet alleen in obligaties belegt.