In een relatief rustige aandelenmarkt in de afgelopen weken zagen we dat waardeaandelen vooral in de belangstelling stonden. Waardeaandelen zijn aandelen met een relatief lage koers ten opzichte van factoren als winst, dividend, omzet of boekwaarde.

Het beleggen in waardeaandelen vindt haar basis in de jaren twintig van de vorige eeuw toen twee docenten van Columbia Business School, Ben Graham en David Dodd, het concept ‘Value Investing’ introduceerden. De kern van deze theorie komt voort uit de gedachte dat men enkel rendabel en veilig kan investeren door te beleggen in bedrijven met een tastbare waarde en een sterke onderwaardering op de beurs. Hoewel dit vanuit de theorie een prima advies is bleek een onderwaardering niet zo gemakkelijk te herkennen. De relatief lage beurswaardering kan immers diverse oorzaken kennen en er is daarom veel inzicht en ervaring nodig om de ware toedracht van deze onderwaardering te achterhalen.

De meest bekende ‘value investor’ is ongetwijfeld Warren Buffet, die met een geheel eigen visie op waardeaandelen een vermogen van tientallen miljarden wist te vergaren. Eigenschappen die Buffet zoekt in waardeaandelen, naast een relatief lage beursnotering, zijn bijvoorbeeld ook een betrouwbaar management en een productaanbod dat onlosmakelijk verbonden is met het dagelijks leven.

Hoe logisch de gedachte ook is om in dergelijke bedrijven te beleggen, in de afgelopen 15 jaar zagen we dat waardeaandelen achter zijn gebleven bij groeiaandelen; aandelen waarvan beleggers verwachten dat de ingehouden winsten tot verdere winststijgingen en daarmee tot hogere koersen zullen leiden. Technologieaandelen bijvoorbeeld, profiteerden volop in de afgelopen jaren van deze verwachtingen en dit leidde tot sterke koersstijgingen. Deze trend mag ook als logisch worden beschouwd, aangezien in de afgelopen twee decennia technologie een enorme ontwikkeling heeft doorgemaakt. Denk daarbij aan de consument die steeds meer online consumeert, de doorbraak van nieuwe technologieën en de opkomst van sociale netwerken.

Technologiebedrijven zijn een treffend voorbeeld als we het hebben over groeiaandelen. De ‘klassieke waarde bedrijven’, zoals banken en verzekeraars, vastgoedbedrijven en cyclische bedrijven bleven dus achter. Een verklaring voor dit beleggersgedrag zou kunnen zijn dat beleggers de waardeaandelen als ‘saai’ bestempelen. Bovendien hebben de nasleep van de financiële crisis, toegenomen regelgeving en concurrentie hun stempel gedrukt, met name op waarde bedrijven.

Over langere periodes bekeken presteren waardeaandelen echter beter dan groeiaandelen. Men zou hieruit kunnen concluderen dat waardeaandelen (te) hard zijn afgestraft in de afgelopen jaren en nu juist relatief gunstig gewaardeerd zijn. Ook de afnemende wereldwijde groei, onzekerheid over ontwikkelingen van de handelsoorlog tussen de VS en China, de Brexit , nieuwe steunmaatregelen van de ECB en de eerdere renteverlaging van de FED, maakt dat beleggers een draai naar waardeaandelen lijken te maken.

Of deze stijlrotatie doorzet en waardeaandelen in de komende jaren een inhaalslag gaan maken is een ontwikkeling die we met belangstelling zullen volgen. In ieder geval maken ook waardeaandelen onderdeel uit van onze beleggingsfilosofie en invulling van de portefeuilles. Spreiding, ook over de verschillende factoren, blijft daarbij uiteraard van belang.