Hoe meet je prestaties? Bij kinderen op school is dat redelijk eenvoudig. Zo krijgt onze zoon deze week weer het overgangsrapport. De cijfers op het rapport geven aan hoe goed hij gepresteerd heeft, zo makkelijk is dat. Ik ga ervan uit weinig verrassends aan te treffen, immers de tussenrapporten en gesprekken hebben een goede indicatie gegeven. Op naar het middelbaar zegt een trotse pa.

Over de prestaties van president Trump wordt ook veel geschreven. Maar hoe meet je die? En wellicht nog belangrijker, in hoeverre zijn bepaalde prestaties aan hem toe te schrijven? Nu hij zich officieel herkiesbaar heeft gesteld voor de volgende 4 jaar is het interessant daar eens wat dieper op in te zoomen. Maar op welke onderwerpen beoordelen we Trump? De stand van de beurs is in ons vakgebied in ieder geval een maatstaf.

We hebben al vaker gemeld in onze nieuwsbrieven dat een twitterende Trump regelmatig de beurskoersen beïnvloedt. En als de beurzen stijgen dan zal Trump ook de eerste zijn die de stijging aan zichzelf toeschrijft. De stand van de beurzen zal ook belangrijk zijn voor de kans van slagen op een volgende termijn van 4 jaar. Als we naar de eerste 2,5 jaar onder Trump kijken zien we dat de beurzen in New York (graadmeter S&P 500) zo’n 20% zijn gestegen. Geen slecht rapportcijfer toch? Echter de eerste 2,5 jaar onder Obama leverden 60% stijging op. Het is alsof je zoon thuiskomt met een 7, maar de rest van de klas had een 9 of 10.

Maar ja, de beurzen… We geloven meer in de onderliggende reële economie. Dé verkiezingsbelofte van Trump was het terughalen van banen die naar de lage-loon landen waren weggeëbd. In de 2,5 jaar Trump zijn er maar liefst 500.000 fabrieksbanen gecreëerd en ook op de rest van de arbeidsmarkt daalt de werkeloosheid al gedurende een flinke periode.

En dan de economische groei. We staan (met nog een tweetal maanden te gaan) op het punt om de langst geregistreerde periode van groei te overtreffen. De huidige langst geregistreerde periode van groei in de VS duurde 120 maanden en duurde van april 1991 tot maart 2001. Indrukwekkend dus, al moeten we ook hier twee kanttekeningen maken. Allereerst maakte Obama 75% van deze 10-jaars periode uit en president Trump dus ‘slechts’ 25%. Daarnaast is de periode van groei straks wellicht het langste, maar de groei op zich is lager dan in de andere lange periodes. Maar goed, daar weet Trump vast ook wel weer een goede twist aan te geven. “Pap, ik had een zes min maar de rest van de klas een onvoldoende” doet het immers hier thuis ook goed…
Voor de vroege vakantievierders een fijne vakantie gewenst!