De Amerikaanse president Donald Trump liet afgelopen week weer van zich horen en riep de Federal Reserve op om de beleidsrente te verlagen en weer obligaties op te gaan kopen als extra steun in de rug van de Amerikaanse economie. Met de Amerikaanse verkiezingen van volgend jaar in het vooruitzicht zou de extra economische groei hem goed uitkomen. Tevens deed Trump met Stephen Moore en Herman Cain twee omstreden voordrachten  voor het bestuur van de belangrijkste centrale bank ter wereld. Indien Moore en Cain benoemd worden dan zal het voor de huidige Fed-president Jerome Powell moeilijker worden zijn beleid uit te voeren.

De Fed maakte bekend, naar aanleiding van recente macro- en werkgelegenheidscijfers, de huidige beleidsrente voorlopig niet te verhogen. Toch houdt de Fed die optie wel open als de economische groei niet verder vertraagt.

Dat de economische groei in de VS verder kan aantrekken zou ook een gevolg kunnen zijn van de vorderingen in de onderhandelingen tot een handelsakkoord tussen de VS en China. Mogelijk dat al op korte termijn de handelsoorlog tussen beide landen kan worden beëindigd.

Gesteund door deze voortgang richtte Trump daarna zijn pijlen op Europa, waar hij dreigde met de invoering van importheffingen voor veel Europese producten, onder andere als vergelding voor de overheidssubsidies aan vliegtuigbouwer Airbus.

De ECB besloot in haar laatste vergadering eveneens de rentetarieven ongemoeid te laten. Mogelijk blijft de rente zelfs nog jaren op het huidige percentage van 0% om economisch herstel niet in de kiem te smoren. De periode van aanmerkelijk lagere groei lijkt veel langer te gaan duren dan de ECB eerder verwachtte. Nieuwe initiatieven tot kwantitatieve verruiming liggen daardoor eerder in de lijn der verwachting dan een renteverhoging.

ECB-president Mario Draghi gaf na de vergadering nog geen nieuws over het nieuwe herfinancieringsprogramma voor de bankensector. Wellicht dat na de volgende ECB-vergadering op 6 juni meer duidelijkheid komt hieromtrent.

In de afgelopen dagen stond de Brexit tot slot wederom volop in het nieuws. Na het verlengen van de oorspronkelijke Brexit-deadline van 29 maart naar 12 april werd tijdens de ingelaste EU-top op 10 april besloten om de deadline te verlengen naar 31 oktober. Een consequentie hierbij is dat het Verenigd Koninkrijk meedoet aan de Europese verkiezingen op 22 mei. Bovendien werd tijdens de EU-top benadrukt dat de uittredingsovereenkomst van het Verenigd Koninkrijk uit de EU niet meer onderhandelbaar is. De Britse minister-president Theresa May hoopt evenwel vóór 22 mei de scheidingsdeal met de EU door het Britse parlement te loodsen. Dit zal echter lastig worden, zo is ook de afgelopen weken wel gebleken. De positie van May wordt er door dit moeizame proces alsmaar lastiger op, echter het no-dealscenario is vooralsnog afgewend.