Op dinsdag 18 september was het weer Prinsjesdag. Net als afgelopen jaar moesten Koning Willem-Alexander en Koningin Maxima genoegen nemen met de Glazen koets in plaats van de Gouden koets. Verder wilde het kabinet ons echter vooral doen geloven dat het goud was wat er blonk. De economie groeit hard en dat betekent dat er ruimte ontstaat voor lastenverlichtingen. Zoals verwacht zien we veel van de plannen uit het regeerakkoord van 2017 terug in het belastingplan 2019. Buiten het geruchtmakende voorstel voor afschaffing van de dividendbelasting bevat dit plan nog enkele maatregelen die voor u van invloed kunnen zijn. Allereerst zal dit de verhoging van het lage btw-tarief van 6% naar 9% zijn. Daarnaast wordt het tarief van de vennootschapsbelasting geleidelijk verlaagd van de huidige 20% naar 16% in 2021. Daar staat echter tegenover dat het aanmerkelijk belang (AB)-tarief stapsgewijs wordt verhoogd van 25% naar 26,9%. Het kan daarom lucratief zijn om nog voor 2020 dividend uit te keren. De beoogde afschaffing van de dividendbelasting gaat voor de meeste ondernemers geen invloed hebben. Zowel bij het uitkeren van dividend door de ondernemer als bij het ontvangen van dividend van de particuliere belegger, betreft de dividendbelasting een voorheffing en wordt er uiteindelijk afgerekend via de AB-heffing en inkomstenbelasting. Alleen voor VBI’s valt de niet te verrekenen dividendbelasting weg, wat betekent dat bij de invulling van de beleggingsportefeuilles voor VBI’s geen rekening meer hoeft te worden gehouden met dividend. Een onverwacht konijn dat uit de hoed werd getoverd was het voornemen van wetgeving om leningen van de eigen BV aan privé boven € 500.000,- te belasten. Hiervoor moet wel nog een wetsvoorstel worden ingediend. Ten slotte zijn de forfaitaire rendementen voor 2019 bekendgemaakt. Ook hier neemt de belastingdruk voor vermogenden verder toe. Al met al dus zeker niet alleen maar goud voor vermogende Nederlanders.