Gaven de media het afgelopen kwartaal vooral aandacht aan de Griekse soap, wellicht belangrijker en interessanter zijn de renteontwikkelingen in dat kwartaal. Medio april stond de Duitse 10-jaars rente op een historisch dieptepunt van 0,07%. Nog geen twee maanden later stond ze echter op 1,00%. Ruim een vertienvoudiging! Dit mag je zowel in absolute als in relatieve zin een spectaculaire stijging noemen.

Roy Hillen licht toe: “De impact van zo’n rentestijging op de obligatiemarkt kan enorm zijn. Bij een 10 jarige staatslening hoort een duratie* van ongeveer 7 jaar en is de koersdaling in de afgelopen maanden dus ook ongeveer 7% geweest. Als u die in april gekocht heeft met een jaarlijks rendement van 0,07% moet u dus heel wat jaren wachten voordat u weer op een positief rendement uit komt”.
 

Duratie
Duratie is een maatstaf voor de resterende looptijd van een obligatie en wordt dan ook weergegeven in jaren. Het is het middel om de rentegevoeligheid van een obligatie te meten. Hoe langer de resterende looptijd, des te sterker obligatiekoersen reageren op een renteverandering en hoe hoger de duratie. Vuistregel: stijgt of daalt de rente met 1%, dan fluctueert de waarde van de obligatie met 1% maal de duratie.

Medio april stond de Duitse 10-jaars rente op een historisch dieptepunt van 0,07%. Nog geen twee maanden later stond ze echter op 1,00%. Ruim een vertienvoudiging!

Ook op de aandelenbeurzen zorgde de rentebeweging voor veel volatiliteit. Luk Vanderhallen: “Het beleggingsjaar 2015 werd vooral voor Europese aandelen zeer goed ingezet terwijl de andere beurzen dit jaar wat achter bleven. De voornaamste reden voor de stijging van de Europese beurzen zijn de stimuleringsmaatregelen van de Europese Centrale Bank. Daarnaast wordt de Europese economie ondersteund door de gedaalde euro en de gedaalde olieprijzen waar vooral de periferie landen extra voordeel van hebben. Er zijn echter ook onzekerheden. Met name het Griekse probleem blijft het nieuws beheersen. Op dit moment staat het veelbesproken referendum voor de deur. De afloop hiervan is dus nog steeds erg onzeker en deze onzekerheid draagt dan ook bij aan de recente koersdalingen“.

“In de VS is het economisch herstel al verder dan in Europa. De cijfers van de afgelopen maanden vielen echter wat tegen. Dit geeft ruimte voor de Centrale Bank (FED) om nog iets langer te wachten met de voorgenomen renteverhoging. Ook wij verwachten dat een eventuele monetaire verstrakking geleidelijk zal verlopen. Daarnaast denken we dat, ondanks de wat tegenvallende cijfers, het economische klimaat in de VS verder zal verbeteren”.

Luk vervolgt: “Japan heeft meer dan verwacht geleden onder de verhoging van de btw die begin april 2014 is doorgevoerd. Toch zijn er ook positieve signalen zoals een stijging van het exportvolume waardoor de kans groot is dat de productie de komende maanden stevig op kan veren. Al met al heeft de Japanse beurs dit jaar tot nu toe goed gepresteerd. Dit kan nog niet worden gezegd van de opkomende landen. Alleen de beurs van China heeft tot nu toe een enorme stijging laten zien dit jaar, maar die lijkt vooral gedragen door binnenlandse beleggers. Deze zijn in de regel vrij speculatief ingesteld, waardoor het risico op een forse correctie hier ook aanwezig is”.

Roy blikt ten slotte vooruit: “Wij blijven positief over de vooruitzichten van de wereldwijde aandelenmarkten maar het zou ons niet verbazen als de beurzen het tijdens de zomermaanden wat rustiger aan zouden doen. In dit kader is het belangrijk dat er duidelijkheid komt omtrent het al dan niet in de Euro blijven van Griekenland. Een ander risico is een nog verder oplopende rente. Een geleidelijke stijging zou niet zo erg zijn maar als de rente nu heel snel nogmaals zou verdubbelen dan zouden zowel obligaties als aandelen hier last van krijgen. Onze strategie om met deze risico’s om te gaan is in beide gevallen door goed te spreiden. In het geval van aandelenbeleggingen betekent dit dat we wereldwijd beleggen in een groot aantal aandelen. Mocht de situatie in Europa uit de hand lopen, dan kunnen de andere regio’s tegengewicht bieden. In het geval van obligaties spreiden we door te kiezen voor verschillende soorten obligaties. Hierbij kan gedacht worden aan obligaties met een kortere duratie dan onze benchmark en aan obligaties met een wat hoger debiteurenrisico en relatief lager renterisico. Daarnaast hebben we fondsen in portefeuille die hun duratie heel snel kunnen aanpassen en daarmee ook beter bestand zouden moeten zijn tegen een eventueel verder oplopende rente. In dit kader was de snelle stijging van de afgelopen maand een goede testcase en gelukkig hebben onze portefeuilles deze dan ook goed doorstaan!”

Vermogensbeheer rendementen financiële markten