Het einde van een Tijdperk

De familie De Ruiter fokt nertsen en verwerkt de pelzen voor de bonthandel. Vader De Ruiter begon in 1962 en in de jaren tachtig kwamen zijn twee zoons en een schoonzoon in het bedrijf. In 1992 namen zij het stokje van hem over. Op 1 januari 2024 komt er door het verbod op pelsdierhouderij echter een einde aan het van oorsprong Brabantse familiebedrijf: “Het is heel pijnlijk om zo te moeten stoppen.”

Op de pelsdierenfarm van familie De Ruiter in Evertsoord is het rustig op deze grijze decemberochtend. Aan zijn keukentafel valt Bart de Ruiter met de deur in huis: “De overheid verplicht een hele branche om te stoppen, maar stelt er niks tegenover. Als de Nederlandse samenleving pelsdierhouderij wil verbieden, oké, maar op deze manier? Dat is pijnlijk. We krijgen niks en moeten wel onze medewerkers ontslagvergoeding betalen.” Tot het verbod in 2013 werd aangekondigd, legde de politiek steeds strengere eisen op. “We hielden ons keurig aan alle regels. Eind jaren negentig investeerden we nog een half miljoen in de verbetering van dierenwelzijn. Toen rees de vraag of pelsdierhouderij überhaupt nog toegestaan zou worden. Dan heb je net een kapitaal uitgegeven aan vernieuwingen. Ze hebben een ‘uitwerktijd’ van tien jaar ingesteld, maar je moet wel tot het eind aan alle normen voldoen. Rustig afbouwen is er niet bij.”

Bart (54), zijn vrouw Sandra en hun drie zonen zitten in hetzelfde schuitje als de gezinnen van zijn broer en zwager. Gedrieën namen ze in 1992 het bedrijf van hun vader over, die in de jaren zestig begon met zo’n 35 moederdieren. Inmiddels zijn het er 19.000, verdeeld over drie locaties. Naast Evertsoord zijn er nog Gemert – waar zijn broer de bedrijfsvoering leidt – en Ledeacker. In 1999 kwamen er drie locaties bij in Polen, die in 2011 werden afgestoten. De verwerking van de pelzen gebeurt wel nog in Polen. De productie ligt op 90.000 nertsenvellen per jaar met een huidige “historisch lage” verkoopprijs van 21 euro. “Momenteel moet er geld bij,” aldus Bart. De bonthandel is onvoorspelbaar. Toch wist de familie hun bedrijf groot en winstgevend te maken. Bart: “Blind vertrouwen en volledige openheid houdt onze samenwerking goed. En we zijn zuinig opgevoed. De branche kent diepe dalen en grote pieken, daar moet je op anticiperen. Vader zei altijd: je moet drie jaar vooruit kunnen, zonder naar de bank te hoeven.”

Toen ze aanvoelden dat ze het niet zouden winnen van de overheid, besloten de broers en hun zwager het geld dat niet direct nodig was voor de bedrijfsvoering uit het bedrijf te halen. “Ieder mocht ermee doen wat hij wou. Ik zei tegen mijn twee oudste zoons, studerend aan IVA Business School: jullie mogen meedenken. Zo kwamen we bij Auréus uit. Het eerste gesprek voelde meteen goed. Kort daarna openden we een beleggingsrekening bij Auréus. We zijn erg tevreden en zegden onlangs de rekening bij een van onze voormalige beleggingsbanken op. Het beleggen loopt goed en we hebben regelmatig contact over de onroerendgoedfondsen. De bijeenkomsten van Auréus vind ik interessant, zoals een ontbijtsessie, waarbij een accountant-fiscalist aanwezig was.”

Nog drie jaar en dan houdt het echt op. Eerder stoppen is zeker een optie, maar Bart kijkt bedenkelijk: “Heel eerlijk? Ik denk dat ik doorga tot 31 december 2023. Werken uit financiële noodzaak is niet aan de orde, maar ik heb wel ideeën: de kinderen helpen, misschien met de jongste iets opzetten in de transportsector. En ik wil meer vrijwilligerswerk doen. Ik rijd altijd met de motor mee in gehandicaptenruns, zes keer per jaar. Die mensen laten genieten, is het mooiste wat er is. Iets doen voor diegenen die minder geluk hebben, dat heb ik van thuis uit meegekregen en dat leer ik onze jongens ook. Want al heb je het financieel op de rit, je bent pas rijk als je kunt rennen, lopen en fietsen wanneer jij dat wil.”