Vorig jaar heeft het kabinet aangekondigd een maatregel te willen invoeren om het excessief lenen bij de eigen bv in te perken. In maart van dit jaar is het conceptwetsvoorstel verschenen voor een internetconsultatieronde. De beoogde datum van inwerkingtreding is 1 januari 2022. In hoofdlijnen komt de regeling er op neer dat bij de aanmerkelijkbelanghouder die een totaal bedrag aan schulden (uitgezonderd eigenwoningschulden) heeft aan zijn eigen bv(‘s) van meer dan € 500.000, het meerdere in box 2 wordt belast als fictief regulier voordeel. Het toetsmoment is het einde van het kalenderjaar, dus voor het eerst op 31 december 2022. Het conceptwetsvoorstel kent enkele opvallende uitwerkingen. Twee daarvan komen in deze bijdrage aan bod.

Heffing bij de verkeerde persoon

Op basis van het huidige voorstel kan namelijk belasting worden geheven bij een ander persoon dan diegene die de schuld heeft aan de bv. Indien een ((achter)klein)kind of ouder van de aanmerkelijkbelanghouder meer dan € 500.000 leent van de bv van de aanmerkelijkbelanghouder, vindt belastingheffng namelijk niet plaats bij de schuldenaar, maar bij de aanmerkelijkbelanghouder.

Dubbele heffing

Het voorstel leidt ook tot dubbele heffing. De voorgenomen maatregel heeft namelijk geen civielrechtelijke gevolgen en ook voor de andere boxen in de inkomstenbelasting en voor de vennootschapsbelasting blijft de schuld bestaan. Dit leidt onder andere zowel bij de uiteindelijke verkoop van de aandelen als bij de aflossing van de schuld door middel van een dividenduitkering, behoudens in 2022, tot dubbele belastingheffing. Een voorbeeld. X houdt alle aandelen in Z B.V. Hij heeft daarnaast een schuld van € 700.000 aan Z B.V. Het surplus van € 200.000 wordt bij X als fictief regulier voordeel belast. Civiel- en fscaalrechtelijk blijft de schuld € 700.000 bestaan. Vervolgens wil X de schuld geheel aflossen door middel van een dividenduitkering. Deze dividenduitkering is belast als een regulier voordeel. Gevolg is dat € 200.000 tweemaal wordt belast; één keer als fictief regulier voordeel en één keer als regulier voordeel. Het defnitieve wetsvoorstel wordt pas op zijn vroegst op Prinsjesdag 2019 verwacht. De exacte impact is derhalve nog niet duidelijk. Wel is het raadzaam om nu al rekening te houden met deze voorgenomen regelgeving.

Rick Aelen (Senior Manager Belastingadvies),
Danique Knoops (Junior belastingadviseur), www.bdo.nl