Voorstel herziening vermogensrendementsheffing in 2022

Op 6 september 2019 heeft de staatssecretaris van Financiën een voorstel herziening box 3 naar de Tweede Kamer gestuurd. Het kabinet wil de belasting op vermogen in box 3 grondig hervormen. Het nieuwe stelsel moet per 1 januari 2022 ingaan. In het huidige systeem van box 3 vindt belastingheffing plaats door het hanteren van de fictie dat vermogen altijd is opgebouwd uit een wettelijk bepaalde verhouding tussen een spaardeel en beleggingsdeel. In het nieuwe voorstel komt deze voornoemde fictie te vervallen en wordt gerekend met de werkelijke bedragen aan spaargeld, beleggingen en schulden per belastingplichtige. Voor deze drie verschillende categorieën wordt een afzonderlijk forfaitair rendement vastgesteld, dat zo goed mogelijk aansluit bij werkelijke gemiddelde rendementen.

De belastingdienst gaat ervan uit dat over spaargeld 0,09% rente wordt ontvangen en over beleggingen 5,33%. Als er schulden zijn in box 3 mag er 3,03% van die schuld op de bepaalde fictieve inkomsten in box 3 in mindering worden gebracht. Vervolgens is er ook nog een vrijstelling van € 400 per belastingplichtige. Het dan resterende deel van de fictieve inkomsten wordt belast in box 3 met 33% inkomstenbelasting. Verder geldt dat alleen de eerste € 30.846 aan beleggingen en spaargeld volledig zullen zijn vrijgesteld van belastingheffing in box 3. Bij overschrijding van deze vrijstelling van € 30.846 wordt echter het volledige beleggings- of spaarbedrag belast in box 3.

Het nieuwe voorstel pakt gunstig uit voor wie alleen spaargeld heeft, aangezien nu wordt gekozen voor een fictief rendement dat dicht ligt bij de huidige spaarrentes. Doordat spaarrentes momenteel extreem laag zijn, zal spaargeld tot € 440.000 onder de nieuwe methodiek zijn vrijgesteld van belasting. Indien in de toekomst de spaarrente weer zal stijgen, zal wel sneller belasting in box 3 verschuldigd zijn. Beleggers in aandelen, obligaties en onroerend goed daarentegen, krijgen juist te maken met een belastingdruk die hoger uitpakt ten opzichte van de huidige wetgeving. Dit komt mede doordat onder de huidige regeling schulden volledig in mindering op het aanwezige vermogen worden gebracht. In het nieuwe voorstel wordt een forfaitaire rente voor de schulden in mindering gebracht. Deze forfaitaire rente is lager dan de forfaitaire rente op de beleggingen. Geïllustreerd wordt dit aan de hand van de bovenstaande twee voorbeelden.

Het nieuwe voorstel is een schets van de plannen die het kabinet heeft met box 3. Is dit nu de oplossing waar we jaren mee vooruit kunnen? Nee, want er wordt al aangegeven dat bij de volgende belastingherziening er gekeken wordt naar een meer fundamentele oplossing voor
box 3.

Mr Niels Kusters RB
Drs J.M.A. Ringhs RB

BPV accountants en belastingadviseurs
www.bpvnl.com