Wij zijn door financieel dienstverlener Beuken’Essers gevraagd om input te leveren voor een artikel in hun periodieke nieuwsbrief over het aanstaande provisieverbod. Onderstaand vindt u het artikel.
Sinds 1 januari 2013 dienen de kosten van advisering en beheer rondom hypotheek-, pensioen- en arbeidsongeschiktheidsadvisering separaat in rekening te worden gebracht. Per 1 januari 2014 gaat dit provisieverbod ook voor vermogensbeheer gelden. Wij hebben Auréus Vermogen & Advies te Venlo hierover om een toelichting gevraagd zodat u ook op dit gebied in elk geval goed geïnformeerd bent.

Uit diverse onderzoeken is gebleken dat veel vermogensbeheerders voor het grootste deel van hun inkomsten afhankelijk zijn van retourprovisies en distributievergoedingen en met de komst van het provisieverbod komt hun verdienmodel onder grote druk te staan. Het resultaat hiervan is dat men (nog) meer kostenbesparingen dient door te voeren en/of personeel dient te ontslaan. Deze herstructureringsfase is op dit moment reeds in gang en zal nog enige tijd duren.

Beheerders zijn dus genoodzaakt om op zoek te gaan naar nieuwe (transparante) verdienmodellen. De toezichthouder heeft als doel om alle prikkels die niet in het belang zijn van de cliënt te laten verdwijnen en Nederland is overigens één van de voorlopers in Europa. Het provisieverbod treed in werking op 1 januari 2014, maar voor 2014 is er een overgangsperiode voorzien, dus het feitelijke verbod is er pas per 1 januari 2015. Beleggers die op zoek gaan naar een beheerder dienen zich dus een goed inzicht in de kostenstructuur van vermogensbeheer teverschaffen.

Het sleutelwoord blijkt kostentransparantie. Hoe transparanter de manier van tarifering, des te makkelijker is het om de kosten van de beheerders te vergelijken. Binnen een transparante feestructuur is geen plaats voor verborgen kosten. Cliënten betalen dan alleen een vergoeding aan de beheerder op basis van het ondergebrachte vermogen.

Een voorbeeld van verborgen kosten, voor de belegger, is de retourprovisie ofwel ‘kickback’ bij beleggingsfondsen. Dit wil zeggen dat het beleggingsfonds jaarlijks een deel van de kosten terugbetaald aan de beheerder. Het merendeel
van de cliënten zijn hier enerzijds niet van bewust en anderzijds kan dit een beheerder prikkelen om fondsen met de hoogste retourprovisie te adviseren. Beheerders die toebehoren aan grotere partijen of aan banken bieden vanwege de hogere provisies daarom ook vaak producten uit eigen schap aan. Vaak ziet men louter aan de invulling van een portefeuille al van welke beheerder deze afkomstig is.

Een ander belangrijk verschil qua verdienmodel bij beheerders vinden we in transactiekosten en kosten bewaarbank. In het meest ideale scenario komen deze kosten rechtstreeks ten goede aan de betreffende depotbank. Zo ontstaat er vanuit de beheerder ook geen belang om portefeuilles onnodig veel of juist te weinig te laten muteren. Dit is natuurlijk anders voor een vermogensbeheerder die verdient aan de transacties die gedaan worden of die juist een tarief inclusief transacties (all-in fee) aanbiedt.

Ook dient men te waken bij beheerders die werken met een performance fee. Dit zou er toe kunnen leiden dat die beheerder halverwege het jaar bij goede resultaten zijn fee wil veiligstellen door het risicoprofiel fors te verlagen, of in geval van tegenvallende resultaten juist andersom, met alle risico’s van dien.

In dat kader tot slot: veelal wordt er slechts gekeken naar de rendementen die door de beheerder in het verleden zijn behaald. Kijk echter niet alleen naar de rendementen van de afgelopen jaren, maar vraag ook naar het risico dat is genomen. Als er hoge rendementen zijn gehaald maar ook hoge risico’s zijn genomen, dan is het de vraag of dit wenselijk is. Vraag daarom naar goede indicatoren om een juiste weergave van het genomen risico te krijgen.

Een vermogensbeheerder moet dus liefst zo onafhankelijk zijn, dat er alleen gehandeld wordt in het belang van de cliënten. Hoe werkt dat bij Auréus?

“Bij Auréus hanteren wij al sinds de oprichting een transparant en onafhankelijk verdienmodel. Cliënten betalen een vaste beheerfee en er wordt gewerkt met netto (tot de laagste in de markt behorende uitonderhandelde) transactiekosten die rechtstreeks ten goede komen aan de betreffende depotbank. Fondsen met retourprovisies worden niet geselecteerd en indien een provisievrije variant onverhoopt niet voorhanden is, worden de kosten teruggestort naar de cliënt. Naast kosten-minimalisatie besteedt Auréus ook veel aandacht aan risico-minimalisatie, dat maakt onze rendementen constant en gedegen, ook in mindere beursjaren. Zo wisten we ons ook in het zeer moeilijke beursjaar 2011 te onderscheiden met positieve rendementen.”

Voor meer informatie hierover kunt u ook contact opnemen met:

Auréus
Vermogen & Advies

T: 077-3517858